Angst

In samenspraak met de neuroloog ben ik met het slikken van medicijnen (Madopar) begonnen.
In het begin een lage dosering, na een paar weken iets meer. Ik ging mezelf weer beter voelen en zag er ook weer beter uit. De bedrijfsarts raadde me aan om een second opinion te doen in het Radboud Ziekenhuis. Na een aantal gesprekjes en testjes was de diagnose dezelfde als die in Bernhoven.
Ik kreeg een doorverwijzing naar een logopediste, omdat ik zacht praat. Dat heb ik altijd al gedaan en dat is na meerdere sessies ook niet veranderd. Nu terugkijkend vraag ik mezelf af waarom ik die second opinion aangevraagd heb. Ik ben er namelijk niets wijzer van geworden.

Rini en ik werden ook uitgenodigd om deel te nemen aan een Pepp-cursus. (Patiënt Educatie Programma Parkinson). Hier werd in acht wekelijkse bijeenkomsten uitgelegd wat de Ziekte van Parkinson inhoudt en hoe je er het beste mee om kunt gaan. Patiënten en partners werden in aparte groepen  ingedeeld, zodat je vrij kon praten. De groep bestond uit 8 personen in leeftijd variërend tussen 55 en 70 jaar oud. De eerste bijeenkomst bracht, buiten herkenning, een stevig angstgevoel.
Een van de medecursisten had heel veel last van een trillend lichaam. Hij probeerde dat te verbergen, maar daardoor verergerde de tremor. Ik werd panisch bij de gedachte dat dat ook mijn vooruitzicht was. Ik heb er nachten niet van geslapen. Nu weet ik dat de Ziekte van Parkinson in twee varianten is in te delen: een tremor en een stijve variant. Ik mag mezelf tot de laatste groep rekenen. Alleen bij grote spanning heb ik last van trillende armen.

De gedachten dat ik weer aan het werk zou moeten veroorzaakte ook spanning. De vooruitzichten van doodmoe opstaan, jezelf door de dag heen slepen en daarna thuis nog het nodige moeten doen, brachten zoveel angst dat ik na twee maande naar de huisarts ben gestapt om antidepressiva te vragen. Dat bracht wel wat rust, maar de angst dat de UWV mij weer aan het werk zou sturen bleef.
Gelukkig had ik een begrijpende bedrijfsarts die er mee instemde dat er een vervroegde aanvraag voor een WIA-uitkering werd ingediend bij de UWV.
Daar bleek dat ik mezelf voor niets zo druk had gemaakt. Nadat ik mijn verhaal had verteld werd mij meteen meegedeeld dat ik recht had op een IVA-uitkering en ik nooit meer herkeurd hoefde te worden. Voor veel mensen zal dit een schrikbeeld zijn: nooit meer kunnen werken, maar bij mij viel er een grote last van mijn schouders.
Ik heb jarenlang met plezier bij de IND gewerkt en had fantastische collega’s waarmee ik veel gelachen heb. Maar tegelijkertijd was er de druk om de gestelde productie te halen.

Ik moest minimaal drie dossiers per dag behandelen. Mijn collega’s haalden er met gemak zes, ik meestal maar twee. Ik ging iedere dag met een rotgevoel naar huis: alweer de productie niet gehaald. In ieder functioneringsgesprek was dat het belangrijkste aandachtspunt.

Om nog maar te zwijgen over het notuleren. Er werden iedere dag zittingen gehouden. Personen werden ondervraagd over hun situatie en waarom zij recht meenden te hebben op een verblijfsvergunning. Dit gesprek mocht niet worden opgenomen maar er werd een verslag gemaakt door middel van notuleren. Mijn collega’s deden dit al schrijvend, voor mij was een computer geregeld. Daar maakte ik gebruik van autocorrectie. Die had ik zo ingesteld dat Word automatisch bepaalde letters in een woord veranderde. Maar toch kon ik het niet bijhouden en mijn verslagen misten vaak hele stukken. Ondanks dat was ik toch verplicht om te blijven notuleren.
Achteraf bleek waarom ik daar zo’n moeite mee had. Parkinsonpatiënten kunnen geen twee dingen tegelijk doen. Bovendien was ik vaak verstijfd waardoor het typen ook langzamer ging.
Alleen het woord notuleren bezorgt me nu nog een regelrecht trauma.

Getagd , , , , , , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code