Pre-operatieve gesprekken

Er moesten nog allerlei onderzoeken plaatsvinden. Op woensdag 13 juni hadden we een hele dag gereserveerd voor een bezoek aan het ziekenhuis.
Als eerste stond om 8.30 uur een bezoek aan de neurochirurg gepland. Wij waren ruim op tijd.
De neurochirurg ook. Wij zagen hem wel lopen, maar op de een of andere manier ging het mis en moesten we ruim een half uur op hem wachten. Hij vertelde dat hij naar de operatiekamer was geroepen en daarom zo laat was.
Hij legde in het kort uit wat er tijdens de operatie stond te gebeuren. Ook schreef hij twee recepten voor. Een voor een neuszalf, Bactroban genaamd,  die ik vanaf een week voor de operatie moest gaan gebruiken. Hij vertelde er ook bij, dat deze zalf waarschijnlijk niet leverbaar zou zijn. In plaats daarvan mocht het ook Fucidine-zalf zijn. De zalf moet je gebruiken om de bacteriën in de neus te doden en zo te voorkomen dat je tijdens of na de operatie ontstekingen krijgt. De Bactroban was inderdaad niet te verkrijgen als neuszalf, maar wel als gewone zalf. Volgens de apotheek kon ik die ook gebruiken omdat er dezelfde bestanddelen in zaten. Wat ze er niet bij vertelden, maar waar ik later achter kwam, was dat je er een ontzettend vieze smaak in je mond aan overhield.
Het tweede recept was voor een andere antibiotica in pilvorm die ik meteen na de operatie moest gaan innemen. Die moest ik alvast gaan halen bij de apotheek.
Na het gesprek met de neurochirurg stond er een gesprek met de anesthesist op het programma. Hier werd ik te woord gestaan door een vriendelijke oudere mevrouw, die mij vertelde dat ze normaal gesproken in het Twee Stedenziekenhuis werkte. Het was voor haar ook niet helemaal duidelijk wat ze moest doen. Zij stelde allerlei vragen en stuurde me daarna door naar het lab om bloed te laten prikken. Gelukkig kregen we een voorrangspapier mee, anders hadden we lang moeten wachten want de wachtkamer puilde uit. De mevrouw die bloed afnam was duidelijk in niets of niemand geïnteresseerd. Ze zei niet veel, maar knauwde ongeduldig op haar kauwgum. Ik heb wel eens betere “priksters” gehad. De naald in mijn arm zat niet echt fijn.  Ik hield er een flinke bloeduitstorting aan over die pas twee weken later was verdwenen.

Als troost zijn we wat gaan eten en drinken. Het was net elf uur geweest en de volgende en laatste afspraak met de Parkinsonconsulente stond pas om half een gepland.
Een kwartiertje later ging mijn telefoon. Er was iemand uitgevallen en als we wilden mochten we nu al komen. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen en zo zaten we tien minuten later tegenover de Parkinsonconsulente. Ze liet ons de neurostimulator en de elektroden zien die tijdens de operatie ingebracht worden. We hadden de elektroden veel groter verwacht. In werkelijkheid zijn ze het twee plaatjes van maximaal een centimeter groot. Op elk van de plaatjes zijn vier elektroden bevestigd die apart kunnen worden aangestuurd. De neurostimulator is ongeveer 4 centimeter groot en wordt onder het sleutelbeen geplaatst. We zaten vol verbazing te kijken.  Na nog wat folders te hebben gekregen was het klaar en konden we naar huis, een uur eerder dan we hadden verwacht.

Getagd , , , , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code